Spierscheur

Spierscheur en Echografie

Ongeveer 30% van de sportblessures betreffen de spieren en echografie is dus van belang om voor atleten een goede diagnose te maken en te bepalen wanneer en in welke mate zijn trainingen kunnen gaan hervatten. Echografisch onderzoek is de eerste keuze om afwijkingen in spieren te beoordelen zoals spierscheur, spierontsteking en atrofie[1].  Echografie kan zeer nauwkeurig de spierscheur lokaliseren en beoordelen op gradatie. Wanneer er een acuut trauma heeft plaatsgevonden is het doel van een echografisch onderzoek om te bepalen of er sprake is van een spierscheur en welke gradatie. Het ideale moment om een spierscheur te beoordelen is tussen 2-48 uur na trauma. Voor 2 uur is het hematoom mogelijk nog niet gevormd en deze hematoom is het signaal voor een spierscheur en na 48 uur kan de lokale hematoom zijn verdwenen.  Ook tijdens het herstel proces is echografie van toegevoegde waarde.[2-3]

 Spier anatomie

spierscheurDe spier wordt opgemaakt uit twee hoofd elementen tot een spier-peeseenheid, de contractiele proteïnen (spierbuik) en het bindweefsel (pezen). De spierbuik is opgemaakt uit een aantal bundels welke weer bestaat uit spiervezels. Spiervezels zijn langgerekte cellen waarin de contracteerbare myofibrillen zitten.

De spierbuik wordt omringt door de fascia met daaronder het epimysium welke een hyperechogeen beeld geeft waar de spierbuik hypoechogeen is. De spierbundels worden bij elkaar gehouden door het perimysium en de spiervezels door het endomysium.

spierscheur

Hematoom bij rand van de spier

De buitenste omringende laag van de pees is het peritendineum waar de peesbundels worden omringt door het peritenon en de peesvezels door het endotenon.

De spierbegrenzing het peromisium is vaak het gedeelte waar de scheur optreed.

Spierscheur: gradaties

Het graderen van een spierscheur middels echografie kan volgens het onderstaande tabel gebeuren:

  • Graad 0 = geen spierscheur waarneembaar
  • Graad 1 = minimale spierscheur met minder dan 5% van de spierbuik is betrokken
  • Graad 2 = partiële spierscheur waarbij 5-50% van de spierbuik is betrokken
  • Graad 3 = complete spierscheur met terugtrekking van de spierbuik

Het belangrijkste in de praktijk is de scheiding tussen een spierscheur met en zonder spierbundel scheur en intramusculaire hematoom vorming. Een spierscheur zonder spierbundel scheur heeft een prognose van ongeveer 1-2 weken en met intramusculaire hematoom afhankelijk van de grote > 8 weken.

spierscheur

Graad 1 spierscheur

spierscheur

Graad 2 spierscheur

spierscheur

Graad 3 spierscheur

 Spierscheur: herstel en echografie

De rol van echografie kan tijdens herstel proces van een spierscheur op drie punten van belang zijn (2).

          1. Als eerste het bepalen van de ernst van de spierscheur. Hoe groter de spierscheur hoe langer het herstel proces en       littekenvorming. De ontstekingsfase is het eerste stadium van het herstel van een spierscheur. Het weefsel wordt in deze fase op een natuurlijke manier beschermd tegen belasting, door pijn en functieverlies. In deze ontstekingsfase dient het weefsel dus zoveel mogelijk rust te krijgen.

         2. Het bepalen van het stadium waarin het herstel zich bevindt door de hyperechogene vocht vorming bij de spierscheur te monitoren. De hypoechogene hematoom ruimte wordt langzaam opgevuld met hyperechogeen weefsel. Lichte activiteit is mogelijk wanneer de spierscheur is gevuld en langzaam begint te organiseren naar een normale spieropbouw. De proliferatie fase is de opbouwfase van regeneratie waarvoor tijdens de ontstekingsfase al actie wordt ondernomen om deze te starten. Deze fase is gericht op de opruiming van resten van letsel en producten uit de ontstekingsfase en de productie van nieuw collageen-III. Het toedienen van krachten op dit nieuwgevormde weefsel is bepalend voor het later functioneren. Deze collagene vezels zijn echter nog niet volledig belastbaar aangezien de treksterkte alleen berust op neergelegd weefsel en er nog geen crosslinks zijn gevormd in deze fase kan een recidief van de spierscheur snel gebeuren.

spierscheur

Litteken vorming tussen pijlen

      3. Het bepalen van de hoeveelheid littekenvorming na een spierscheur. Litteken vorming treed op tijdens het herstel van een spierscheur en zorgt voor versterking van de spier om trekkrachten te weerstaan en geeft fibroblasten een ankerplaats. Echter bij forse proliferatie kan er fibrosis ontstaan en overmatig littekenweefsel worden gevormd in de spierscheur. Deze fibrosis staat een verdere reparatie van de spier in de weg en zal het regeneratie proces verstoren wat een volledig functioneel herstel kan beïnvloeden (4).

Spierscheur: Complicaties

Mogelijke complicatie bij een spierscheur zijn: cyste vorming welke sporadisch  voorkomt  en myositis ossificans welke vaker voorkomt (2).

Myositis ossificans is gevolg van een afwijkend herstel proces waarbij een benigne (goedaardige) bot vorming van het hematoom in het spierweefsel ontstaat welke in drie verschillende stadia voorkomen.

spierscheur

Myositis ossificans traumata

1. Myositits ossificans progressiva

Een erfelijke aandoening waarbij pezen, ligamenten en spieren worden aangedaan. De oorzaak hiervan is een gemuteerde gen die een overproductie van beenvormend eiwit produceert.

2. Pseudomalignant myositis ossificans

Deze variatie treedt meestal op bij mensen die lang geimmobiliseerd zijn geweest. De oorzaak is meestal van neurologische aard.

3. Myositis ossificans traumata

Deze variatie is gerelateerd aan een spierscheur ten gevolge van een direct trauma of door herhaaldelijke kleine trauma’s. Deze variatie is de meest voorkomende vorm van myositis ossificans.

  1. Klauser, A.S., et al., Clinical indications for musculoskeletal ultrasound: a Delphi-based consensus paper of the European Society of Musculoskeletal Radiology. Eur Radiol, 2012. 22(5): p. 1140-8.
  2. Peetrons, P., Ultrasound of muscles. Eur Radiol, 2002. 12(1): p. 35-43.
  3. Campbell, S.E., R. Adler, and C.M. Sofka, Ultrasound of muscle abnormalities. Ultrasound Q, 2005. 21(2): p. 87-94; quiz 150, 153-4.
  4. Baoge, L., et al., Treatment of skeletal muscle injury: a review. ISRN Orthop, 2012. 2012: p. 689012.