Schouderklachten

De schouderklachten zijn naast de knie de meest geziene klachten in de fysiotherapie praktijk. Klinische testen zijn niet onderscheidend genoeg om te bepalen welke structuur in welke hoedanigheid is aangedaan. Middels echografie kunnen we de verschillende structuren bekijken en beoordelen op kwaliteit.

Schouder structuren:

De volgende structuren zijn goed te beoordelen:

schouder

Kalk depot in een spier

schouder

Slijmbeurs ontsteking

schouder

Spierscheur supraspinatus

schouder

Vocht rondom de bicepspees in de sulcus

schouder

AC-gewricht slijtage en vocht ophoping

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bekijk ook het dynamische onderzoek van het impingement syndroom ten gevolge van een kalk depot.

Schouderklachten:

Impingement syndroom:

schouderklachten

Schematische weergave van een impingement syndroom

Subarcomiale impingement ofwel externe impingement is de inklemming van de rotator-cuffpezen in de subacromiale ruimte tussen de tuberculum majus van de humerus kop en het acromiondak. Vooral de pees van de m. supraspinatus wordt bij deze impingement aangedaan.

Glenoid impingement ofwel intern glenoid impingement is de inklemming tussen de humeruskop en de rand van het labrum gleonoidale. Interne impingement is op zich zelf weer in twee catergorien in te delen: posterosuperieur en anterosuperieur glenoid impingement.

De posterosuperieure vorm komt voor tijdens de late-cocking positie van het werpen. In deze houding kan er een inklemming ontstaan van de rotator-cuffpezen, voornamelijk de m. infraspinatus en het posterieure aspect van de m. supraspinatus, tussen het tuberculum majus en de posterosuperieure rand van het labrum glenoidale.

Bij anterosuperieure impingement ontstaat er inklemming van de m. subscapularis tussen de anterosuperieure rand van het gleniod en de humeruskop. Deze inklemming komt voor tijdens horizontale adductie bewegingen gecombineerd met endorotatie. Deze beweging is weer terug te zien tijdens de follow-throughfase van het werpen. Deze frictie zou worden veroorzaakt door repetitieve krachtige endorotatie bewegingen boven schouderhoogte (deceleratiefase van werpen) en zou aanleiding kunnen geven tot subscapularis letsel en letsel aan de humerale aanhechting van het ligamentum coracohumerale en het superieure gelnohumerale ligament. Ook het caput lungum van de m. biceps kan betrokken zijn.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair impingement. Primaire impingement bestaat uit structurele vernauwing van de subacromiale ruimte. Bij secundaire impingement is er vernauwing van de subacromiale ruimte alleen tijdens provocerende bewegingen(bewegingsafhankelijk) en is een biomechanisch en functioneel probleem terwijl primaire impingement het gevolg is van anatomische structurele veranderingen.  Deze structurele vernaderingen kunnen bv. zijn: osteofytvorming, zwelling bursa of pezen. Benige afwijkingen van het acromion worden ingedeeld in 3 types: type 1 vlak, type 2 gekromd, type 3 gehoekt. Type 3 geeft een verhoogd risico voor impingement klachten. Type 1 personen zouden weer minder risico hebben voor impingement klachten.  Bij het verouderingsproces kan er een spontane evolutie plaatsvinden van type 1 naar type 3 acromion, dit zou verklaren waarom primaire impingement klachten vaker voorkomt op later leeftijd.

Echografie bij impingement syndroom:

Door een dynamische scan te maken kan er bekeken worden of er structuren subarcromiaal bekneld raken. Tevens is het mogelijk om de aangedane structuren te beoordelen op weefsel kwaliteit.

De richtlijn echografie van de schouder is opgesteld door het European Society of Muskuloskeletal Radiology (ESSR). De ESSR heeft als doel het verbeteren van kennis, diagnosticeren en behandelen van zowel normale als pathologische muskuloskeletale structuren door middel van beeldvorming.